22 april 2026
Repliek op het artikel over “Osteopathie bij huilbaby’s is geen goed idee” (Gezondheid en Wetenschap, 30.03.2026)
Geachte redactie,
Geachte mevrouw Finoulst,
Namens de beroepsvereniging Osteopathie.be danken wij u voor de aandacht die u in uw recente publicatie besteedt aan de osteopathische zorg van excessief huilen bij zuigelingen. Gezien de stijgende incidentie van consultaties – van 4,5% in 2001 naar 12,4% in 2023-2024 (4) – is een correcte, wetenschappelijk onderbouwde informatievoorziening aan ouders en zorgverleners van cruciaal belang.
De pediatrische populatie vormt een substantieel aandeel binnen de osteopathische praktijkvoering (10-25%), waarbij zuigelingen het merendeel uitmaken (1). De meest voorkomende klinische presentaties betreffen idiopathische asymmetrie, deformatieve plagiocefalie, excessief huilen (infantiele kolieken) en slaap- of voedingsgerelateerde dysfuncties (2,3).
Methodologische nuancering en effectiviteit De wetenschappelijke literatuur betreffende de effectiviteit van osteopathie bij excessief huilen toont inderdaad heterogene resultaten (5-10). Deze variabiliteit is grotendeels te herleiden tot methodologische uitdagingen, waaronder beperkte steekproefomvang, heterogeniteit in sham-interventies en de restricties die onderzoeksprotocollen soms opleggen aan de osteopathische interventiegroep, wat de klinische realiteit van een geïndividualiseerde behandeling bemoeilijkt. Desondanks rapporteren diverse studies een significante toename in de door ouders gerapporteerde tevredenheid (5,9-12). Cruciaal is dat, in tegenstelling tot de suggestie in uw artikel, de veiligheid van osteopathische zorg voor zuigelingen herhaaldelijk is aangetoond in de literatuur (5-7,9-11).
Aanvullend dient te worden opgemerkt dat excessief huilen binnen de moderne zorg niet louter kwantitatief wordt benaderd. Het betreft een dynamisch fenomeen waarin zelfregulatie van de neonatale fysiologie, de ouder-kind interactie en de psychosociale draagkracht van de ouders centraal staan. Het reduceren van het therapeutisch effect tot louter "minder minuten huiltijd" doet geen recht aan wezenlijke klinische uitkomsten zoals reductie van weefselspanning, stressreductie bij de ouders en de kwaliteit van de dyadische interactie (13-14).
Klinische realiteit versus stereotypering De veronderstelling dat osteopathische interventies bij zuigelingen louter gericht zouden zijn op cervicale of craniale mobiliteitsbeperkingen, strookt niet met de realiteit. Osteopathie is een complexe interventie gericht op de individuele patiënt. Na een uitgebreide anamnese en een specifiek pediatrisch klinisch onderzoek wordt de indicatiestelling bepaald. Binnen de academische osteopathische curricula wordt excessief huilgedrag dan ook benaderd vanuit een evidence-informed kader, met strikte aandacht voor klinisch redeneren, differentiaaldiagnostiek, en de tijdige herkenning van alarmsignalen (red flags).
De klinische meerwaarde van de osteopaat ligt niet in het pretenderen van één enkele causale verklaring, maar in het holistisch begrijpen van het kind. De osteopaat ondersteunt ouders in het decoderen van de lichaamstaal van hun kind en helpt hen fysiologische signalen van discomfort te herkennen en te duiden. Dit herstelt de ouderlijke autonomie en vermindert de stress. Bovendien benadrukken wij dat de door u gesuggereerde "manipulaties" (High-Velocity, Low-Amplitude thrusts) slechts zeer uitzonderlijk, tot vrijwel niet, worden toegepast bij zuigelingen. De osteopathische gereedschapskist bij jonge kinderen bestaat voornamelijk uit uiterst milde en functionele technieken (2,15).
Verantwoordelijkheid in de eerstelijnszorg Osteopaten zijn hoogopgeleid om hun rol in de eerstelijnszorg, inclusief de pediatrische zorg, met volledige verantwoordelijkheid op zich te nemen (16). Of de noodzakelijke ondersteuning, geruststelling en klinische evaluatie nu geboden wordt door een huisarts, pediater, vroedvrouw of osteopaat: het centrale doel blijft de begeleiding van de ouders conform de richtlijnen die Kind en Gezin als “aanpak- en ondersteuningsmogelijkheden voor ouders” in haar brochure beschrijft, en waarnaar u verwijst.
Het systematisch uitsluiten van doorverwijzing naar een osteopaat door instanties als Kind en Gezin kan, op basis van de huidige evidentie over veiligheid en patiënttevredenheid, niet louter op wetenschappelijke gronden worden gerechtvaardigd. Wij pleiten dan ook voor een constructieve dialoog gebaseerd op de meest actuele gegevens uit de praktijk en de wetenschap.
Hoogachtend,
Voor Osteopathie.be
Patrick van Dun - Alissa Picchioni - Sven Onclinx